Oefening: … maar wat wil ik WEL?

Van wat je NIET wil naar wat je WEL wil.

Tijd: Ongeveer 45 à 60  minuten.

Doel: Veel partners weten heel goed aan te geven wat ze NIET willen en hoeveel de ander daar wel niet van doet.

In deze oefening ontdek je wat je WEL wil. Wat is je échte behoefte? En kun en durf je die helder the uiten naar je partner?

En kun je accepteren dat je partner dan ook JA of NEE mag zeggen?

Wie: Doe deze oefening samen, telkens als er verwijten geuit worden. Stel de vraag: ‘… en wat wil je dan WEL’.

Opmerking: De ‘wat is mijn behoefte’ oefening is een heel effectieve methode om een aantal destructie patronen om te vormen in een vriendelijk verzoek; iets waar de ander ja of nee op kan zeggen.

Een aantal voorbeelden:

UIT DE VERDEDIGING: Wat is je behoefte?

Wanneer het ons aan iets ontbreekt, wanneer we een onvervulde behoefte hebben kan de neiging groot zijn de ander iets te verwijten: ‘Je laat altijd rommel op de trap liggen’. Waarop de ander waarschijnlijk in de verdediging zal gaan: ‘Nou, kijk jij maar eerst eens naar je bureau!’

In plaats van in de verdediging te gaan, nodig de ander uit te vertellen waarom dat voor hem/haar zo belangrijk is. Wat is de behoefte achter deze ‘aanval’?

‘Ik hoor dat je er last van hebt als er iets op de trap ligt, waarom is dat zo storend voor je?

Mogelijk leer je dan: ‘Op het werk struikelde iemand over rommel op de trap en die brak zijn heup; ik ben bang dat iemand van ons ook zo gewond kan raken. Zou je me willen helpen dit te voorkomen?’

Nu de werkelijke behoefte geuit is (voorkomen dat er ongelukken gebeuren) ligt er een vraag op tafel: Wil- en kan ik hier gehoor aan geven?

Het onbegrepen Verzoek: Oplossing ipv behoefte communiceren

Wanneer we zelf een oplossing verzonnen hebben zonder de achterliggende behoefte kenbaar te maken gaat de discussie vaak over de oplossing en niet meer over wat er bereikt zou moeten worden.

‘Ik wil niet hebben dat er op de telefoon gekeken wordt onder het eten.’

Een typisch vraag die tot veel mitsen en maren kan leiden. De telefoon wordt uiteindelijk wel weggelegd, maar de TV aangezet, of een tijdschrift komt in de plaats.

De echte vraag, de achterliggende behoefte, heeft niets met de telefoon te maken. Verzoek dus niet om een oplossing, maar om het invullen van een behoefte:

‘Ik zou het fijn vinden als we tijdens het eten even onverdeelde aandacht voor elkaar kunnen hebben; even samen met elkaar kunnen zijn en ruimte te hebben tot gesprek. Zie je dat zitten?’

Nu is het duidelijk WAT de behoefte is, zonder dat er al een HOE bepaald is. Pas als er overeenstemming over het WAT is, kan er gesproken worden over HOE.

‘Is het dan een idee dat we tijdens het eten alle telefoons en andere afleiders even weg leggen?’

Opdracht

Herformuleer een aantal van jullie veel voorkomende ergernis-punten in BEHOEFTEN. Vraag je steeds weer af:

  • is dit echt WAT ik wil bereiken, is dit de echte behoefte, of is dit een OPLOSSING (HOE) waarvan ik veronderstel dat het tot de behoefte leidt.
  • zolang je nog WAAROM kunt vragen is het waarschijnlijk geen behoefte (WAT heb ik nodig) maar een HOE. 

‘Ik ben doodsbang dat jou iets overkomt als je zo laat nog op straat bent. Kunnen we iets afspreken zodat ik weet dat je safe bent?’

Volgende Stap: