NEE zeggen en BEHOEFTEN uiten:

Wat wil ik WEL en wat wil ik NIET?

 

Het lijkt zo simpel: aangeven wat je wil. En zeggen als je iets NIET wil… 

Maar hoe geef je op een vriendelijke manier aan dat je misschien wel iets anders wil dan de ander? En hoe geef je aan dat je iets NIET wil; hoe zeg je NEE zonder in conflict te komen?

Dat is al moeilijk genoeg. Maar voor veel mensen ligt dat nog veel moeilijker. Zij zijn het contact met wie ze echt zijn, met hun echte behoeften kwijt geraakt. Nee zeggen is dan helemaal niet meer zo vanzelfsprekend. Met alle gevolgen vandien…

Het verhaal van Arie

De weeën zijn al begonnen wanneer Arie’s moeder de lange rit naar het ziekenhuis maakt, waar de arts een nog veel langere dag voor het leven van moeder en kind vecht.

Tijdens een regressie-therapie kon Arie zien wat er toen gebeurde: 

Ik kon voelen hoe een oerkracht me bij elke wee verder en verder het geboortekanaal inperste. Ik voelde ook de oer-drang om hier door te gaan; de uiterste krachtsinspanning; het ‘alles of niets’ gevoel.

Maar het geboortekanaal is te eng, het kind kom vast te zitten en hoe de moeder ook perst, er komt geen beweging meer.

Op een gegeven moment kon ik voelen hoe de bloedtoevoer steeds verder afgesneden werd. Bij elke wee voelde ik hoe ik langzaam stikte. Hoe ik me ook verzette, steeds opnieuw verloor ik langzaam het bewustzijn. En dan, op het moment dat het licht leek uit te gaan, begon het bloed opeens weer te stromen en kwam het leven terug. Keer op keer vocht ik, verzette ik me, haalde ik elke vezel oerdrang boven om te overleven, maar wat ik ook deed; niets hielp; elke wee opnieuw.

Het bleef maar duren, keer op keer weer werd ik tot op de grens van de dood geduwd en kon ik er niets maar dan ook niets tegen in brengen. Ik weet niet of er ooit een moment geweest is waar ik echt bereid was om op te geven en het leven echt los te laten, maar ergens op dat punt werd ik dan toch geboren. Wat het einde van mijn leven leek, bleek het begin te zijn…

Bij zijn geboorte heeft Arie al een belangrijke les geleerd: Je kan nog zo hard schreeuwen, je kan nog zo hard willen; het maakt allemaal niet uit; uiteindelijk hebt je helemaal niets te willen.

Arie werd met grof geweld gehaald ‘met de nap’; het was erop of eronder. Hij is zwart van zuurstoftekort. Men gaat er vanuit dat hij het niet zal halen en de arts besluit dat het beter is als Arie apart gelegd wordt. Hij wordt zo weinig mogelijk aangeraakt, wellicht ook in de veronderstelling dat de moeder zich maar beter niet aan dit kind zal hechten. 

Of Arie nog de kracht had om te huilen is niet bekend; hij lag dagenlang alleen, niet bereidt om nóg eens te sterven…. 

Arie komt thuis

Arie en zijn moeder overleven de geboorte ternauwernood.

Wanneer ze terug naar huis gaan, wonen zijn ouders tijdelijk bij de grootouders. Moeder loopt dag en nacht met Arie rond. Zodra ze hem neerlegt begint hij onbedaarlijk te huilen en pakt moeder hem weer op. Na enige tijd besluiten de grootouders: Leg hem maar in zijn wiegje en laat maar huilen, dat gaat wel een keer over; je verwend hem te zeer.

Het uiten van een behoefte:

Een baby heeft maar één manier om een behoefte kenbaar te maken: Huilen. Baby hoeft maar een kik te geven en moeder (of vader) zijn alert: ‘Wat heeft ie nodig?’

De baby leert: als ik iets nodig heb, komen papa of mama me dat geven. Zo kan het kind zich veilig hechten aan de ouders. Het leert aan te geven wanneer het iets nodig heeft en durft erop te vertrouwen dat er voor hem of haar gezorgd zal worden als het iets nodig heeft.

Pas later zullen we stapje voor stapje leren om voor ons zelf te zorgen. We leren hulp te vragen, aan te geven wanneer we iets niet kunnen of iets nodig hebben.

Arie echter leerde iets heel anders: ‘Je kunt schreeuwen wat je wil, er komt niemand’.

Arie groeit op

Arie’s moeder heeft geleerd: Kinderen horen te luisteren naar hun ouders. Om dat te bereiken moet je hun willetje al jong breken. ‘Kinderen die willen krijgen op hun billen’ is het adagio.

Van jongs af aan wordt er heel goed voor hem gezorgd, maar tegelijkertijd is de boodschap: Je hebt niks te willen, je hebt te doen wat anderen je zeggen.   

Arie gaat naar school

Wanneer Arie naar de basisschool gaat is het er al stevig ingeprent:

  • Wat goed voor jou is, bepalen anderen.
  • Als je iets wil, zal je daar zelf voor moeten zorgen.
  • Jouw NEE heeft geen waarde, anderen bepalen.

Wanneer Arie 7 jaar is, doet zich een vreemd incident voor op school: Een leerling beschuldigt Arie ten onrechte ervan de leerkracht voor ‘konijnekop’ uitgescholden te hebben.

De leerkracht neemt dit hoog op en praat lange tijd op Arie in om hem te doen  toegeven wat hij gezegd zou hebben. Maar Arie houdt voet bij stuk. NEE ik heb dit niet gezegd. Zijn ouders worden erbij gehaald en opnieuw wordt hij doorgezaagd. En ook thuis gekomen gaan zijn ouders er op door. Maar Arie buigt niet. Hij heeft dat niet gezegd en geeft het dus ook niet toe.

Hij krijgt straf van zijn ouders, van de leraar, een slecht punt op zijn rapport.

Arie voelt zich alleen op de wereld. Sindsdien is zijn rechtvaardigheidsgevoel overgevoelig en weet hij het zeker: ‘Wanneer het erop aankomt sta je er alleen voor.’

Arie doet t wel zelf

Arie is slim en handig. Hij pikt een klein zinnetje van zijn grootmoeder op: ‘Als een ander het kon leren, kan jij dat ook’. Hij neemt dat letterlijk en repareert op 10 jarige leeftijd al de kapotte apparaten in huis. Arie vraagt geen hulp, hij doet het zelf wel!

Het gezonde deel doet van zich spreken:

Ergens, diep in Arie leeft een gezond deel, een deel dat weet: ‘En nu is het genoeg geweest’.

Dit deel deed zich hier roeren. Wat er ook gebeurde, Arie hield stand.

Maar de reactie van zijn omgeving bevestigd voor hem een oude wet: Je kan nog zo hard NEE zeggen; er wordt niet naar geluisterd.

Om dan toch te overleven besluit hij nu om de dingen voortaan zelf aan te pakken; niet meer op de instemming of goedkeuring van anderen te wachten.

Voor de omgeving wordt hij een eigengereide figuur; iemand waarvoor je respect hebt voor wat hij bereikt en tegelijkertijd een hekel aan hebt omdat hij compleet zijn eigen gang lijkt te gaan; niemand nodig lijkt te hebben.

Het kompas draait dol in de puberteit

In de pubertijd is hij -uiterlijk- zo dwars als maar zijn kan, maar zijn innerlijk kompas lijkt voor hem in rondjes te draaien.

Hij kan niet meer voelen wat hij nu echt zélf wil en wat ánderen willen; hij kan zich dus ook niet echt afzetten tegen anderen. Zijn dwarsheid is een schreeuw van onvermogen en frustratie.

Zijn ‘wil’ is nooit gebroken, maar wat hij nu precies zelf wil, en zich te verzetten tegen dingen die hij NIET wil, dat is iets wat zich niet heeft kunnen ontwikkelen.

Hij kan dat het best voelen wanneer anderen over zijn grenzen gaan. Dan pas voelt hij duidelijk wat hij niet wil. En zo uit hij dan ook zijn behoeften: Indirect, als een verwijt naar anderen…

De volwassen Arie

Na enige omzwervingen vindt hij het werk waar hij zich thuis voelt. Hij excelleert in zijn vak, werkt 24 op 7, vliegt de wereld rond en lijkt geen grenzen te kennen. Zijn collega’s maken er grapjes over: ‘Hij moppert en roept wel, maar dat moet je gewoon negeren. Uiteindelijk doet hij het toch wel.’ Arie’s motto is dan ook ‘Gaat niet bestaat niet’. 

Want Arie weet: Je kan wel Nee zeggen, maar dat helpt toch niet…

En doordat hij alles kan en alles doet, krijgt hij de complimenten waar hij zo hard naar verlangt. Zijn onstilbare huidhonger vindt hier een surrogaat. Vertel hem dat iets niet gaat en hij zal je het tegendeel bewijzen.

Wanneer Arie de trouw aan een ander vóór laat gaan op trouw aan zichzelf blijven

Zijn grote nood aan ‘streling en aandacht’ enerzijds en het onvermogen om NEE te zeggen EN ‘nee te doen’ anderzijds, maken hem zwak en kwetsbaar op cruciale momenten; momenten waarop hij niet opkomt voor ZIJN ware behoefte, maar te makkelijk meegaat in de behoefte van de ander. Arie is bang de affectie van de ander te verliezen en ’weet’ anderzijds dat nee zeggen toch geen nut heeft.

En zo geeft Arie meer dan eens de zeggenschap voor zijn eigen leven uit handen door akkoord te gaan met dingen die niet goed voor hem zijn.

Houdt het ooit op?

Arie is bijna 60 wanneer hij zijn verhaal vertelt. En ondanks dat hij nu kan zien hoe de dingen voor hem werken, heeft hij opnieuw het gevoel ‘klem te zitten in het geboortekanaal’ en niet in staat te zijn om zijn situatie te veranderen…      

Twee kanten van dezelfde medaille: ‘Wat heb ik nodig’ en ‘Wat wil ik niet’

Arie’s verhaal laat zien hoe sterk ‘grenzen’ (wat wil ik NIET) verbonden zijn met ‘behoeften (‘Wat heb ik nodig’).

Maar ook hoe diep verankerd de ervaringen uit onze jeugd zijn wanneer we volwassen geworden zijn. En hoe de manier om daar mee om te gaan, mee te overleven, soms bepalen wie we zijn. Arie werd succesvol op zijn eigen manier, door de dingen helemaal alleen te doen, gedreven uit de honger naar ‘gezien te worden’. En maakte tegelijk ongezonde keuzes uit angst helemaal alleen komen te staan.

Je bewust worden van deze patronen is een eerste stap.

Je partner als leermeester

In de therapiekamer zien we opvallend vaak hoe mensen met zulke diepe beschadigingen juist een partner uitkiezen die steevast op die wonden drukt. Blijkbaar weten we die partner er feilloos uit te pikken… Zo’n partner dwingt ons dus om te groeien, om te leren. 

Natuurlijk kun je je partner ‘inwisselen’. Probleem is alleen dat je jezelf meeneemt in de volgende relatie en je wonden daar opnieuw aangeraakt zullen worden.

Misschien is dit het perfecte moment om je partner niet langer te zien als een probleem, maar als iemand die je een spiegel voorhoudt om naar jezelf te kijken? Om jouw leermeester te zijn, om te groeien?

Hoe kunnen wij jullie helpen?

Je ware behoeften allereerst te leren kennen, om ze vervolgens op een niet dwingende, open manier te uiten kan een flink leertraject zijn.

Op te komen voor je ware behoeften is -in tegenstelling wat Arie leerde- een geboorterecht. Ook al betekent dat nog lang niet dat je altijd krijgt wat je wil of nodig hebt. Dat is het leven. 

Als koppel kun je elkaar hier in helpen om hierin te groeien. Wij helpen jullie hierbij graag op weg.